Bewerking van het interview van Wilfred Scholten met onze voorzitter Dick van Hoffen in Trouw van 7 januari 2026 “Confettinatuur is een bron van biodiversiteit. Toch mag van Gelderland de zaag erin.” Het onbewerkte interview is hier te lezen Interview Dick van Hoffen in Trouw
Oude bosgronden zijn belangrijk voor de biodiversiteit van het ecosysteem. Toch wil de provincie Gelderland de beschermde status van een groot deel ervan opheffen. Tot verontwaardiging van oppositie en natuurorganisaties. Een van de slachtoffers lijkt de houtwal tussen de Doeschot en het Hoetinkhof. Van Hoffen: “Dit is een oud bosje met bomen in een houtwal. Je ziet ook een smal zandpad ernaast. Het bestaat al eeuwen. De bodem is nooit omgeploegd of bemest, het is letterlijk historische grond. In april staat het hier vol met bosanemonen. Mooie witte bloemen die alleen voorkomen op oude bosgronden.”
De reden om ons zorgen maakt is dat het provinciale bestuur van Gelderland zulke kleine stukken oude bosgrond vogelvrij gaat verklaren. “Dat is funest, zowel cultuurhistorisch als voor de biodiversiteit van het landschap.” Nu hebben deze oude bosjes nog een beschermde status, zowel binnen als buiten de vastgestelde natuurgebieden Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. De zogeheten ‘oude bosgroeiplaatsen’ zijn plekken in het landschap waar ten minste al sinds het begin van de negentiende eeuw bos aanwezig was. De tijdgenoten van koning Willem I hebben daar al in 1815 langs gewandeld. Op dit soort plaatsen komen vaak nog bijzondere flora en fauna voor, omdat er er nooit iets met de grond is gebeurd. Soms al niet sinds de middeleeuwen.
Op initiatief van BBB-gedeputeerde Harold Zoet wordt die bescherming voor een deel losgelaten buiten de grote beschermde natuurgebieden. Het gaat om oude bosjes met ‘lage natuurwaarde’, omdat ze minder dan één hectare groot zijn en omdat er bomen op staan die jonger dan vijftig jaar zijn. In totaal gaat het om 1700 hectare, 70% van alle oude bosgroeiplaatsen. Deze ‘pragmatische criteria’ zijn bedoeld om gemeenten de mogelijkheid te bieden deze kleine stukjes oud bos te bestemmen voor ‘gewenste maatschappelijke ontwikkelingen’, politiek taalgebruik voor woningbouw, wegen of de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Ondanks breed gedragen protesten wordt het beleid van de provincie nu verder uitgewerkt.
Dick van Hoffen is het met de protesten eens. “Door alleen naar de leeftijd van de bomen te kijken, vergeet de provincie dat de bodem minstens zo waardevol is. In die onberoerde bosgrond zitten de planten, schimmels en insecten die samen de gewenste biodiversiteit in ons ecosysteem vormen. Dat verdwijnt tegelijk met de bomen als er op die plekken gebouwd mag worden.” Bovendien is nog onduidelijk hoe de criteria zullen worden toegepast. Mag bijvoorbeeld bos dat kleiner is dan één hectare maar wel oude bomen heeft nu wel of niet verdwijnen? Die onduidelijkheid ontstaat door deze willekeurige criteria. “Waarom niet kijken naar de kwaliteit van het bos? Welke bijzondere soorten flora en fauna bevinden zich daar? Dat is natuurlijk hartstikke arbeidsintensief om te onderzoeken, dus heeft men daar maar van afgezien.”
Dit betekent dat gemeenten bij het wijzigen van een bestemmingsplan voor de bouw van woningen of wegen dit soort stukjes historische bosgrond voortaan gewoon mogen omploegen. Op de kaart van Gelderland heeft Natuur en Milieu Gelderland met rode stippen aangegeven om welke specifieke plekken het gaat. Het geeft de indruk van confetti die over de provincie is uitgestort, zoveel zijn het er. En zo klein zijn ze vaak. De dichtregels van J.C. Bloem lijken hier letterlijk op van toepassing: ‘Wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant’.
Van Hoffen wijst naar een paar enorme boomstronken die naast de houtwal bij de Doeschot liggen. Gemeenteambtenaren van de plantsoenendienst hebben die uitgegraven nadat de bomen geveld waren wegens omvalgevaar. “Ze wisten niet dat het om een stukje oud bos ging, in het bestemmingsplan is het gewoon ingetekend als groengebied. Met het uit de bodem halen van de stronken zijn helaas ook bijzondere planten als bosanemoon, wilde kers, vlier en grote muur verdwenen.” Op aangeven van van Hoffen zijn de werkzaamheden aan de houtwal gestaakt. “We gaan ons nu beraden wat we kunnen doen om het te herstellen. Gemeenten hebben vaak geen specifieke kennis in huis om met oude bosgrond om te gaan. Deze houtwal valt onder de gemeente Bronckhorst. De gemeente heeft geen ecoloog in dienst. Jammer anders was dit waarschijnlijk niet gebeurd.” Even verderop ligt een boomstronk van een grote, oude eik die nog wel in de grond zit. Al meer dan twintig jaar geleden gekapt, waarschijnlijk omdat die ziek was. Het hout is deels vermolmd en dus een prima plek voor insecten, zoals het klein vliegend hert, bijen, hommels en wespen. “Die maken er nesten in en leveren verder geen overlast op voor mensen, maar ze zijn wel heel belangrijk voor de biodiversiteit”, zegt bioloog van Hoffen. Oude bosjes fungeren bovendien als laatste schuilplaatsen voor zeldzame insecten en planten.
De Achterhoek heeft veel oude bosjes. Ooit maakte dit gebied rond Vorden deel uit van het landgoed van de baron die op kasteel Hackfort woonde, sinds eind jaren zeventig in het bezit van Natuurmonumenten. Het voor deze streek zo karakteristieke coulisselandschap is hier duidelijk te zien met afwisseling tussen landerijen, houtwallen en bomen. Oude bosgroeiplaatsen zou je kunnen vergelijken met antieke funderingen van een stad. De provincie stelt nu voor om alleen nog te kijken naar de verf op de muren, de bomen van minder dan vijftig jaar oud. Als die verf niet oud genoeg is, mag het hele gebouw gesloopt worden. Maar de unieke, eeuwenoude fundering verdwijnt dan ook. Je krijgt dit soort eeuwenoude natuur niet meer terug als die eenmaal verdwijnt”.


